BIM-Modellen

Bureau Boom is voorstander van een integrale aanpak van het bouwproces, voorkomen van bouwfouten en verbetering van onderlinge communicatie tussen partijen. Waar voorheen elke partij werkte met zijn eigen model in zijn eigen software, is er nu de mogelijkheid om met Building Information Modelling (BIM) te werken. Het is om deze reden dat Bureau Boom zich heeft gespecialiseerd in het maken van BIM-modellen. 
Wij werken hiervoor met Autodesk Revit, op LOD 200 of 300, volgens de RVB BIM Specificatie (voorheen RVB BIM Norm) of de BIM basis ILS. We werken met onze eigen gemaakte template en bibliotheek. Hierin integreren we parameters voor een succesvolle export naar IFC. Ook exporteren naar DWG doen wij gemakkelijk, dankzij de juiste instellingen. Wij zijn beschikbaar voor het maken van BIM-modellen, maar ook voor advies over het efficiënt opstellen hiervan. 
Benieuwd naar ons portfolio? Klik dan hier.
Wat doen wij concreet? Scroll omlaag door hier te klikken.

Van 2D tekeningen naar 3D modellen

Tot niet heel lang geleden was het gebruikelijk in de bouw dat men 2D tekeningen maakte van projecten in programma’s als Autodesk AutoCAD. Het was dan nodig elke tekening apart te tekenen, en elke wijziging dus op elke tekening apart toe te passen. Er konden dan makkelijk fouten de tekening insluipen, wanneer de ene tekening niet meer overeenkomt met de andere tekening. Denk aan een gevel tekening die wel ramen heeft, maar een plattegrond niet. Deze methode was dus erg tijdrovend en foutgevoelig. 

Gelukkig is er tegenwoordig software die bouwkundigen toe laat om in 3D te werken, voorbeelden zijn ArchiCAD en Autodesk Revit. Zoals beschreven vertalen wij pointclouds in 3D modellen in Autodesk Revit, en werken we ook bij andere opdrachten altijd in 3D. Dit heeft natuurlijk veel voordelen, zo is er één model waaruit 2D tekeningen gehaald worden. Dus bij een wijziging veranderen alle tekeningen automatisch mee. Een ander voordeel is dat je het 3D model op elk punt kan doorsnijden, zo kan de architect precies zien hoe het gebouw in elkaar zit. Zie de animatie en afbeelding hieronder voor een voorbeeld van een doorgesneden 3D model. 

Daarnaast is het mogelijk om data toe te voegen aan onderdelen. Je kan aan een meubel bijvoorbeeld de fabrikant, het type nummer en de prijs koppelen. Vervolgens kan je tabellen uitdraaien die tellen hoe veel meubels er zijn en hoe duur alles in totaal wordt. Ook kan Autodesk Revit met een paar muisklikken tabellen maken van bijvoorbeeld de strekkende meters wand, de vierkante meters vloer, het aantal ramen en de vierkante meters wandopening. Een ander voordeel is dat het mogelijk is om snel 3D visualisaties te maken van het ontwerp, zo kan de opdrachtgever meekijken en het beoogde resultaat bijsturen.

Een doorgesneden 3D Revit model

BIM-Modellen

3D modellen zijn handig, maar de bouw is inmiddels alweer een stap verder. Bij een bouwproces zijn namelijk veel partijen betrokken. Voorheen kwam het voor dat de architect een tekening gaf aan de constructeur, deze tekening trok de constructeur dan over in zijn eigen software. Dan werden de berekeningen gedaan en de tekening werd aangepast. Deze tekening kwam weer terug bij de architect, die de aanpassingen verwerkte in zijn eigen software. Een tijdrovend en foutgevoelig proces natuurlijk. 

Tegenwoordig is het mogelijk dat alle partijen met behulp van één centraal model werken, dit verbetert de communicatie, vermindert bouwfouten en zorgt voor meer snelheid en nauwkeurigheid. Om dit succesvol te kunnen laten verlopen is het belangrijk dat iedereen ‘één taal spreekt’, dus op dezelfde wijze met het model werkt. Coördinatie van het BIM-model is dus essentieel. In de praktijk werkt dit goed door gebruik te maken van IFC, Industry Foundation Classes.

Uitwisseling met IFC

Voor een Building Information Model is het dus belangrijk dat verschillende partijen met hetzelfde model kunnen werken. In de praktijk gebruikt niet iedereen dezelfde software. Daarom is het van belang dat uitwisseling van modellen met behulp van open standaarden gedaan kan worden. Hiervoor wordt het bestandsformaat IFC gebruikt.

Een IFC-model kan gezien worden als een soort print van het daadwerkelijke model. Vergelijk de software waarin gemodelleerd is met Word en de IFC-export van dat model met de PDF. 

Het is dus niet de bedoeling dat de partijen die de IFC ontvangen, direct in dat IFC-model gaan werken. De workflow is als volgt:

  1. De partij die de bestaande situatie gemodelleerd heeft, deelt het IFC-model hiervan. 
  2. De partij die bijvoorbeeld de installaties modelleert, maakt van de installaties een model met de IFC als onderlegger. Dat geldt ook voor de interieurbouwer en de constructeur etc.
  3. In viewer software zoals BimVision of Solibri, kunnen alle modellen ingeladen worden om vervolgens te kunnen controleren of er ongewenste overlap tussen de verschillende modellen is. Dit heet in vakjargon een ‘clash’ en het controleren hierop heet ‘clash control’.
Een 'exploded' IFC model, elke verdieping wordt apart weergegeven
Een gefilterd IFC model, alleen de wanden en constructie zijn zichtbaar

Opbouw modellen

Het is van belang dat de informatie binnen het model op een eenduidige manier gecommuniceerd wordt met alle partijen. Als een model niet nauwkeurig is opgezet, is het altijd zoeken naar informatie en uitvinden of de informatie überhaupt aanwezig is. Door een eenduidige taal te spreken, kunnen dubbele taken voorkomen worden. Hiervoor gebruiken wij de BIM-basis ILS, welke gebaseerd is op de RVB BIM Specificatie (RBS, voorheen RVB BIM norm). Dit omvat het volgende:

  • Zorgen voor een uniforme consistente benaming van (aspect) modellen binnen een project.
  • De lokale positie van het model ligt in het eerste kwadrant en vlakbij het nulpunt van het assenstelsel.
  • Zorgen voor een correcte bouwlaagindeling en -naamgeving
  • Correct gebruik van entiteiten (een trap wordt herkend als zodanig)
  • Consistente structuur en naamgeving van de componenten
  • Objecten voorzien van NL-Sfb codering
  • Objecten voorzien van correct materiaal
  • Dubbele objecten en doorsnijdingen voorkomen

Bij overheidsprojecten werken we met de RVB BIM Specificatie (RBS, voorheen RVB BIM norm), welke nog strenger is dan de BIM-basis ILS. 

Level of detail

Voordat er begonnen kan worden met modelleren, is het belangrijk om afspraken te maken over welke informatie het model moet bevatten en welke niet. Daarvoor is het level of detail (LOD) een globale indicator, het definieert waar het model voor gebruikt gaat worden en in welke aspecten het model waarheidsgetrouw is en in welke aspecten het model in mindere mate waarheidsgetrouw is.

De volgende definities worden gehanteerd:

  • LOD100: Zodanige modellering van de bouwmassa dat deze een beeld geeft van de ruimtelijke organisatie op het niveau van clusters van gebruiksfuncties, het ruimtebeslag op het terrein, het ruimtebeslag per verdieping, de hoogte, het volume, de plaatsing op het terrein en de oriëntatie.
  • LOD200: Ruimtelijke objecten (ruimten) gekoppeld aan gebruiksfuncties inclusief globale afmetingen, oriëntatie en onderlinge relaties. Materiële objecten gemodelleerd als generieke bouwelementen met globale afmetingen, hoeveelheden, vorm, locatie en oriëntatie. Aan de objecten kan niet-geometrisch informatie zijn gekoppeld.
  • LOD300: Ruimtelijke objecten (ruimten) met exacte afmetingen en oriëntatie. Materiële objecten zijn gematerialiseerd en accuraat in termen van (afleidbare) hoeveelheden, afmetingen, vorm, locatie en oriëntatie. Aan de objecten is niet-geometrisch informatie gekoppeld.
  • LOD400: Objecten zijn gematerialiseerd en accuraat in termen van (afleidbare) hoeveelheden, afmetingen, vorm, locatie en oriëntatie en bevatten volledige informatie ten behoeve van de detaillering, de fabricage van componenten in fabrieken en de uitvoering/montage op de bouwplaats. Aan de objecten is niet-geometrisch informatie gekoppeld.
  • LOD500: Objecten zijn gematerialiseerd en accuraat in termen van (afleidbare) hoeveelheden, afmetingen, vorm, locatie en oriëntatie en bevatten volledige informatie ten behoeve van de detaillering, de fabricage van componenten in fabrieken en de uitvoering/montage op de bouwplaats. Aan de objecten is niet-geometrisch informatie gekoppeld.

Meestal werken wij op LOD200 of LOD300, een combinatie hiertussen in ook mogelijk. Dan modelleren we bijvoorbeeld de gevel met meer detail (LOD 300) en het interieur met minder (LOD200). Of we modelleren de constructie op LOD300 en de rest van de bouwkundige elementen op LO200. Soms wordt er een deel gesloopt en kan dit op LOD200 voor slooptekeningen, het deel wat behouden blijft maken we dan op LOD300. LOD100 komt een enkele keer voor, bijvoorbeeld wanneer de gebouwen uit de omgeving in kaart gebracht moeten worden, dit kan dan gedaan worden als een globale massa met enigzins de juiste contouren. 

Zoals gezegd is dit een globale indicator. De omschrijving hierboven is vaag en weinig concreet. Per opdracht gaan we daarom samen met de opdrachtgever kijken wat er van belang is om te modelleren, hier passen we onze offerte op aan. We hebben een uitgebreide lijst opgesteld met vrijwel alle onderdelen van een gebouw in relatie tot LOD200 en 300, deze kunnen we dan samen doorlopen. Dit afstemmen kost echter veel tijd, dus soms is een LOD indicatie genoeg en kunnen later onderdelen toegevoegd worden. 

Wat we zelf belangrijk vinden is dat de essentie (belangrijke kenmerken) van het gebouw in het model zichtbaar is en dat het model nut heeft. LOD200 heeft bijvoorbeeld officieel geen kozijnen, maar enkel wandopeningen. Wij kiezen er voor om ze wel toe te voegen, omdat dit een relatief kleine moeite is, we de data vaak al wel hebben en omdat dit veel toevoegt aan de bruikbaarheid en leesbaarheid van de tekeningen. Hieronder enkele voorbeelden van de globale verschillen tussen de twee niveaus (pin ons er niet op vast, elk project is uniek) :

Modeldocumentatie

Samenvattend beschrijft al het bovenstaande dus dat er een hoeveelheid data wordt verzameld (BIM-model) op een manier die zo efficiënt mogelijk is (regels over opbouw), zodat zo veel mogelijk partijen er mee kunnen werken nu en in de toekomst. Elk project en dus elk model is echter uniek. Soms hebben we extra opmerkingen die we niet kwijt kunnen in het model. Met name voor de toekomst is het belangrijk om de projectgegevens en onmisbare zaken ergens op te schrijven.

Bij grote projecten, of op aanvraag, houden we daarom een modeldocumentatie bij tijdens onze werkzaamheden. Hierin beschrijven we bijvoorbeeld de projectgegevens, Revit versie, plaatsing van de pointcloud, instructies over het inladen van de pointcloud, opmerkingen per verdieping, betrouwbaarheid van het model en de pointcloud, bestandenlijst en opbouw van deelmodellen. Hieronder enkele geanonimiseerde voorbeelden van pagina’s uit modeldocumentaties die wij gemaakt hebben: [Klik op de afbeelding en gebruik het loopje (of fullscreen) om de tekst leesbaar te maken.]

Eigen template en bibliotheek

Tijdens ons werk houden we ons elke dag bezig met de vraag hoe we zo goed en efficiënt mogelijk onze modellen kunnen opzetten. Dit sluit aan bij onze integrale aanpak, we schrijven immers dat het belangrijk is dat het model een bruikbaar, onmisbaar communicatie middel is voor alle partijen. Het model moet dus goed worden opgesteld. Daarom hebben we onze eigen template en onze eigen bibliotheek gemaakt.

Wat is hiervan het voordeel? 

  • Correctheid: we zien dat veel partijen bibliotheken kopen bij commerciële bedrijven. We zijn erachter gekomen dat dit soort bibliotheken veel inconsistentie, onhandigheden, onnodigheden en onjuistheden bevatten.
  • Werkbaarheid, aanpasbaarheid: Daarnaast vinden we het belangrijk om te weten hoe onze eigen software werkt en hoe alles opgebouwd is. Vergelijk het met een monteur die met zijn eigen gereedschap in zijn eigen werkplaats werkt.
  • Snelheid: omdat het onze eigen template en bibliotheek betreft weten we waar alles staat en kunnen we dus sneller werken. Daarnaast is alles correct ingesteld, denk aan export instellingen voor IFC en DWG en view templates.
  • Aanvullingen: we kunnen makkelijk nieuwe onderdelen toevoegen. Deze elementen hebben dan dezelfde opbouw als de rest, omdat we dezelfde werkwijze toepassen.
  • Parametrisch: de families (componenten, onderdelen) die we toevoegen aan onze bibliotheek zijn allemaal parametrisch, dit heeft als voordeel dat ze oneindig kunnen variëren in bijvoorbeeld afmetingen. Een ander voordeel is dat we hebben ingesteld dat bepaalde data uitgelezen kan worden. 
  • Consistentie: we zijn consistent in onze werkwijze, modelopbouw, family opbouw en naamgeving. Al onze modellen voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen. 
Visualisatie van een deel van onze bibliotheek
Ramen, deuren, puien, hellingbanen en rolpaden

Wat kan Bureau Boom voor u betekenen op het gebied van BIM?

Wij kunnen BIM-modellen voor u maken, op basis van bestaande tekeningen of 3D inmetingen. We kunnen dan werken volgens de BIM basis-ILS of de RVB BIM Specificatie (RBS, voorheen RVB BIM norm), op LOD 200 of LOD 300 of een combinatie hiervan in overleg. Wij onderscheiden onszelf doordat we werken met onze eigen template en bibliotheek.

Ook kunnen we voor u 2D tekeningen opstellen van een bestaand of nieuw pand, denk bijvoorbeeld aan plattegronden, gevels en doorsneden.

Daarnaast kunnen we u advies geven op het gebied van Autodesk Revit, Revit families, BIM-modellen, BIM-coördinatie en correcte IFC-export. Een compleet BIM-model volgens alle normen is bijvoorbeeld niet altijd nodig, bij kleine projecten voldoet soms een eenvoudig 3D model al. 

Het belangrijkste aan onze diensten vinden wij dat alles in overleg met u gebeurt, elk project is uniek en verdient een eigen aanpak.

Opzoek naar een samenwerking? Neem contact met ons op via ons contact formulier, door op de onderstaande knop te klikken.